Geachte Kamerleden,
De woningmarkt in de regio Amsterdam is geen toevalstreffer van schaarste, maar het resultaat van jarenlang bewust beleid en falend toezicht.
Er is een schrijnend tekort aan sociale en middeldure huurwoningen (tot €1.200 per maand). Tegelijkertijd bestaat inmiddels 14% van het woningaanbod op Funda uit voormalige sociale huurwoningen. Publiek bezit, gebouwd met belastinggeld, is verpatst en fungeert nu als verdienmodel.
Dat is geen abstract systeemfalen. Daar liggen namen en keuzes aan ten grondslag.
Onder verantwoordelijkheid van onder anderen Stef Blok en eerder Enneüs Heerma is de volkshuisvesting stelselmatig uitgekleed. Wat ooit een publieke taak was, is overgeleverd aan de markt. Verkoop van sociale huurwoningen werd verkocht als “bevordering van eigen woningbezit”, maar bleek in werkelijkheid een uitverkoop van maatschappelijk bezit.
Pensioenfondsen en later institutionele beleggers namen het stokje over. Complete wooncomplexen en wijken kwamen in handen van partijen als Vesteda. Wat volgde is precies wat te verwachten viel: huren die oplopen tot €1.900 per maand, o.a. voor woningen van veertig jaar oud en vaak met slechte energielabels.
De recente berichtgeving over miljardenclaims op Vesteda en de mogelijke verkoop van complete complexen laat zien hoezeer deze woningen speelbal zijn geworden van financiële belangen. Bewoners zijn geen huurders meer, maar rendementseenheden.
Tegelijkertijd proberen woningcorporaties nu, tegen hoge kosten, hun eigen voormalige bezit terug te kopen. Dit is de wrange realiteit: wat ooit met publiek geld is opgebouwd, moet nu tegen marktprijzen worden teruggekocht.
Sociale huurwoningen waren nooit bedoeld als speculatieobject. Ze zijn gebouwd met subsidies, belastinggeld en politieke wil om betaalbaar wonen te garanderen. Dat ze op de vrije markt zijn beland, heeft geleid tot het tegenovergestelde: schaarste, prijsopdrijving en groeiende ongelijkheid. Daarom is het tijd voor een fundamentele correctie. Het terugkopen, het zogenoemde “inponden”, van deze woningen is geen ideologisch verlangen naar het verleden, maar een noodzakelijke ingreep in een ontspoord systeem. Zonder voldoende bezit kunnen woningcorporaties hun wettelijke taak niet uitvoeren. Elke woning die wordt teruggehaald, is directe winst voor de samenleving.
Ja, dat kost geld. Maar de rekening van niets doen is hoger: eindeloze wachtlijsten, een vastgelopen woningmarkt en een generatie die buitenspel staat.
Wie betaalbaar wonen serieus neemt, kan niet langer wegkijken van de politieke keuzes die ons hier hebben gebracht, en van de rol van beleggers die daarvan hebben geprofiteerd.
Ik verzoek u dringend om samen met rijk, gemeenten en woningcorporaties, via VNG en Aedes, alles in het werk te stellen om deze woningen terug te brengen in gemeenschapshanden en dan tegen een werkelijk betaalbare huur; niet morgen maar nu.
Hoogachtend, Douwe Zeilmaker