Nee, beleggers die voor veel geld woningen verkameren verdienen geen bedankje, aldus Zita Pels
Amsterdam heeft beleggers die woningen verkameren nodig om studenten te kunnen huisvesten, werd gesteld in een opiniestuk in Het Parool. Wethouder Volkshuisvesting Zita Pels reageert, en pleit ervoor woningen minder over te laten aan de markt.
Dit artikel is geschreven door Zita Pels Gepubliceerd op 9 september 2025
Beleggers hebben gezorgd voor extra kamers voor studenten en zijn nodig om de wooncrisis op te lossen, maar krijgen nu de kans niet door de Wet Betaalbare Huur, zo beweerde econoom Jasper van Dijk in een opiniestuk in Het Parool. Beleggers hebben volgens hem juist voor een verkleining van het woningtekort gezorgd: door koophuizen op te kopen en te verkameren zijn er immers meer kamers bij gekomen.
Als we iedereen de helft van het minimumloon zouden betalen, kunnen we twee keer zoveel mensen aan het werk helpen. Iedereen snapt dat dit geen duurzame oplossing zou zijn voor werkloosheid. En zo is ‘als we vier mensen laten wonen in een huis waar eerst twee mensen woonden’, geen duurzame oplossing voor de wooncrisis. Het is vooral een manier om gemakkelijk meer geld te verdienen, terwijl de huren voor studenten niet lager zijn geworden.
Zielig zijn ze niet
Wonen is een recht en veelal de basis waarop je je leven bouwt. Daarvoor zijn niet alleen vierkante meters en een dak belangrijk; ook betaalbaarheid en de kwaliteit van de woning zijn van wezenlijk belang. Een tweekamerwoning verbouwen tot zes kamers die allemaal worden verhuurd voor 500 euro per maand of meer is niet de weg uit de wooncrisis. Ook omdat veel van deze woningen door die verkamering niet meer geschikt zijn voor bijvoorbeeld gezinnen die óók tegen het grote woningtekort aanlopen. Dus nee, beleggers die voor veel geld woningen verkameren verdienen geen bedankje. En zielig zijn ze ook niet.
De zin ‘wij hebben ze [beleggers] nodig, hoe intimiderend en onvriendelijk huisbazen soms ook zijn’ vind ik daarbij te onwerkelijk om te lezen. Alsof het een gegeven is dat woningzoekenden afhankelijk zijn van intimiderende huizenbazen die alleen maar zoveel mogelijk winsten uit hun woningen willen halen.
Tegen intimidatie zullen we altijd optreden. Ik sta aan de zijde van studentenvakbond Asva als ik zeg dat het uitbuiten van huurders nooit de oplossing van de wooncrisis kan zijn. Wie last heeft van intimidatie door een verhuurder, kan altijd terecht bij het meldpunt ongewenst verhuurgedrag.
De wooncrisis is geen natuurramp
Dat er een groot tekort aan studentenhuisvesting is, trekt een zware wissel. Je studietijd is de tijd dat je op eigen benen leert staan. Zonder eigen plekje staat dat stil. Zoals ook het leven van stellen die graag willen samenwonen of kinderen willen stilstaat. Zoals ook het leven van statushouders die hun leven in Nederland willen opbouwen stilstaat. Zoals ook het leven van iemand in een rolstoel die op drie hoog woont, stilstaat.
De wooncrisis raakt velen van ons en we zullen hem gezamenlijk het hoofd moeten bieden. Zonder ons tegen elkaar te laten uitspelen door één groep belangrijker te maken dan de ander.
De wooncrisis is geen natuurramp. Het is ons niet overkomen. De mooie traditie van volkshuisvesting, waarbij de Rijksoverheid zorgde voor voldoende geld en plek om woningen te bouwen voor mensen met een lager inkomen, is bewust de nek omgedraaid. Jaar na jaar zijn woningcorporaties uitgeknepen, zijn huren steeds vrijer gelaten en zijn beleggers gelokt en beloond met minder regels, minder belasting en meer inkomsten. Huizen werden een product, huurders werden consumenten en wonen werd een markt. Daar plukken we nu de zure vruchten van.
Geen beleggingsobjecten
De Wet Betaalbare Huur, waar sommige beleggers en huizeneigenaren zo tegen ageren, is een broodnodige poging om onze fouten te herstellen en de schade enigszins terug te draaien. Dat beleggers en particuliere eigenaren geen grote winsten meer kunnen maken op een basisrecht als een dak boven je hoofd, was heel hard nodig. Er worden nu wellicht meer woningen verkocht, maar dat is niet per se erg, want ze verdwijnen niet. Die woningen worden bijvoorbeeld bewoond door startende kopers, die weer ergens een huurwoning achterlaten.
Deze crisis oplossen vraagt om durf en een lange adem. Durf omdat we zaken echt anders moeten gaan aanpakken dan de afgelopen vijftien jaar is gebeurd, en een lange adem omdat vijftien jaar afbraak niet in een paar jaar is gerepareerd.
In het opiniestuk van Van Dijk komt het woord rendement veelvuldig voor. Daar zit wat mij betreft de kern van de oplossing: woningen moeten geen beleggingsobject zijn, zeker niet woningen die worden gehuurd door een groep met minimale financiële middelen. Hoezo hebben we überhaupt een systeem opgetuigd waarbij mensen met lage inkomens betalen voor de rendementen van beleggers?
Taak van de overheid
Ik pleit daarom voor een terugkeer naar echte Volkshuisvesting. Waarbij we de woningen voor deze groepen niet overlaten aan de markt (die er zoveel mogelijk aan wil verdienen), maar weer een taak van de overheid maken. Dat kost inderdaad tijd, en geld en moeite.
Het betekent dat we moeten bouwen voor de mensen die het nodig hebben én die doorstroming op gang brengen. Het betekent dat we moeten investeren in de bestaande bouw, zodat die woningen beter, duurzamer en passender worden. En het betekent dat we geld moeten bijleggen zodat woningcorporaties heel veel betaalbare woningen kunnen bouwen, óók voor de middenhuur, zonder dat daar iets aan verdiend hoeft te worden. Pas dan kunnen we de wooncrisis het hoofd bieden, want wonen als recht in plaats van verdienmodel is de échte oplossing.
Dit artikel is een ingezonden bijdrage, geschreven door Zita Pels. Zij is wethouder Volkshuisvesting in Amsterdam en lijsttrekker van GroenLinks.