Het zeer verontrustende wanbeleid van de minister van VRO

Met grote verontwaardiging en diepe zorg richt de Federatie Huurders Commerciële Sector, zich tot u naar aanleiding van het vragenuurtje in de Tweede Kamer van dinsdag 21 april 2026, waarin de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening werd bevraagd over haar voornemen om de Wet betaalbare huur aan te passen ten gunste van commerciële verhuurders.
Facebook
Twitter
LinkedIn

Het zeer verontrustende wanbeleid van de minister van VRO

Met grote verontwaardiging en diepe zorg richt de Federatie Huurders Commerciële Sector, zich tot u naar aanleiding van het vragenuurtje in de Tweede Kamer van dinsdag 21 april 2026, waarin de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening werd bevraagd over haar voornemen om de Wet betaalbare huur aan te passen ten gunste van commerciële verhuurders.
Facebook
Twitter
LinkedIn

Tijdens dit debat stelde de heer Habtamu de Hoop van PRO kritische en terechte vragen over het voornemen om commerciële verhuurders meer ruimte te geven de huren te verhogen, onder het argument dat hiermee het zogenoemde ‘uitponden’ van huurwoningen zou worden voorkomen. De minister gaf daarbij aan dat zij zich ervan bewust is dat huurders hiervan de dupe zullen zijn, maar dat zij dit desondanks beschouwt als een noodzakelijk ‘kleiner kwaad’.

Deze redenering is niet alleen maatschappelijk onacceptabel, maar ook politiek en moreel onhoudbaar. Huurders en met name middenhuurders en huurders in de commerciële huursector verkeren al jarenlang in een uiterst kwetsbare positie. Zij worden geconfronteerd met structureel te hoge huren, onzekerheid, gebrekkige rechtsbescherming en voortdurende druk vanuit beleggers en commerciële verhuurders die wonen primair als verdienmodel beschouwen. De overheid dient burgers hiertegen te beschermen, niet deze machtspositie verder te versterken.

Het voornemen om de WOZ-waarde nog zwaarder te laten meetellen in het huurpuntenstelsel is een direct cadeau aan commerciële verhuurders en institutionele beleggers. Juist dit mechanisme heeft in het verleden al geleid tot kunstmatig opgejaagde huren, vooral in stedelijke gebieden waar de WOZ-waardes buitenproportioneel zijn gestegen en geen enkele reële relatie meer hebben met de kwaliteit van de woning of de draagkracht van huurders.

Het argument dat hogere huren noodzakelijk zouden zijn om uitponden te voorkomen, legt de rekening volledig neer bij de huurder. Dit betekent feitelijk dat burgers moeten opdraaien voor de winstverwachtingen van vastgoedinvesteerders. Dat is geen volkshuisvestingsbeleid, dat is capitulatie voor de lobby van commerciële verhuurders.

Nog zorgwekkender was het schrijnende gebrek aan dossierkennis dat de minister tijdens dit debat tentoonspreidde. Op de eenvoudige vraag wat momenteel de gemiddelde huurprijs van een midden huurwoning bedraagt, kon zij geen antwoord geven. Hoe kan iemand die zulke ingrijpende beslissingen neemt over het leven van honderdduizenden huurders, niet eens beschikken over deze elementaire basiskennis?

Dit roept ernstige vragen op over haar geschiktheid om deze portefeuille te beheren. Beleid dat zo diep ingrijpt in de bestaanszekerheid van burgers mag nooit worden gebaseerd op aannames, lobby druk en onvoldoende kennis van de praktijk. Een minister die erkent dat huurders de klos zijn, maar vervolgens toch kiest voor verdere bevoordeling van commerciële verhuurders, faalt fundamenteel in haar publieke verantwoordelijkheid.

Wat er onzes inziens wel zou moeten gebeuren is: 

  1. Onmiddellijke heroverweging van alle voorgenomen versoepelingen van de Wet betaalbare huur ten gunste van commerciële verhuurders;
  2. Het volledig verwijderen van de invloed van de WOZ-waarde binnen het woningwaarderingsstelsel;
  3. Het uitbreiden van het WWS-systeem tot 300 punten;
  4. Een onafhankelijk onderzoek naar de feitelijke effecten van uitponden versus huurprijsverhogingen op huurders;
  5. Een fundamentele herbezinning op de koers van het ministerie van VRO;
  6. Het politiek ter verantwoording roepen van de minister over haar functioneren en gebrek aan kennis op het gebied van volkshuisvesting;

Nederland heeft geen behoefte aan verdere bescherming en verhoging van rendementen van vastgoedinvesteerders, maar aan bescherming van huurders die iedere maand opnieuw moeten vrezen of zij hun woning nog kunnen betalen.

Het is hoog tijd dat de politiek eindelijk kiest voor burgers in plaats van voor commerciële verhuurders.

Met hoogachting,

Ger van der Pluijm, voorzitter (06-24538805)

Wachtwoord Instellen