Geachte mevrouw Keijzer,
Met grote verontwaardiging heb ik kennisgenomen van uw besluit om de huurbevriezing per 1 juli uitsluitend toe te passen op sociale huurwoningen in bezit van woningcorporaties, en niet op die in de particuliere sector. Daarmee laat u willens en wetens een groep van naar schatting 500.000 sociale huurders in de kou staan.
U voert aan dat tijdgebrek en het ontbreken van compensatie voor particuliere verhuurders dit besluit noodzakelijk maakten. Maar dit verhaal is niet houdbaar. Wat zich hier voltrekt is geen praktische belemmering, maar een politieke keuze. En die keuze komt structureel ten nadele van juist die huurders die o.a. vanwege de WOZ en inkomenafhankelijke huurverhogingen worstelen met stijgende kosten, onzekerheid en een vastgelopen woningmarkt.
Een minister die de verhuurder beschermt, niet de huurder
Uw optreden wekt de sterke indruk dat u de belangen van particuliere verhuurders en institutionele beleggers systematisch boven die van gewone huurders plaatst. U organiseert overlegtafels waar uitsluitend vertegenwoordigers van de verhuursector welkom zijn, en laat huurdersorganisaties volledig buiten spel. Dat is niet alleen een democratisch en moreel probleem, maar leidt ook tot onrechtvaardig beleid.
Dat uit dit ‘overleg’ vervolgens de grootste huurverhoging in jaren voortkomt, zonder enige bescherming voor de meest kwetsbare huurders, bevestigt dat beeld. Het is moeilijk anders te concluderen dan dat uw ministerie is gekaapt door de vastgoedlobby, en dat de belangen van huurders structureel worden genegeerd of geminimaliseerd.
Juridisch onhoudbaar: schending van het gelijkheidsbeginsel
Deze ongelijke behandeling is bovendien juridisch zeer twijfelachtig. Artikel 1 van de Grondwet is duidelijk:
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.”
U maakt een onderscheid dat puur gebaseerd is op het type verhuurder, niet op de positie van de huurder. Dat is discriminatie op basis van willekeur, en strijdig met zowel artikel 1 Grondwet als artikel 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Ik verzoek dringend om een reactie én beleidswijziging
Ik verzoek u daarom dringend,
- Een formele schriftelijke reactie op deze brief binnen de daarvoor gebruikelijke termijn van zes weken, zoals vereist volgens de Wet open overheid (Woo);
- Een herziening van het huidige beleid, zodanig dat ook particuliere sociale huurders onder de huurbevriezing vallen;
- Onafhankelijke juridische toetsing van de rechtmatigheid van het onderscheid dat u maakt in de toepassing van deze maatregel;
- Gelijke inspraak voor huurdersorganisaties in toekomstige besluitvorming over woonbeleid, teneinde belangenvertegenwoordiging evenwichtig te maken.
Deze brief is met opzet scherp geformuleerd. Niet uit disrespect, maar omdat het draagvlak voor uw beleid onder huurders alsmaar verder afbrokkelt. Het geduld van honderdduizenden huurders raakt op. Wij zijn het zat om te worden behandeld als tweederangsburgers op onze eigen woonmarkt.
Ik dring er met klem op aan dat u zich bezint op de koers die u vaart. Als minister van Volkshuisvesting hoort u in de eerste plaats de belangen van bewoners te verdedigen – niet die van beleggers.
Met hoogachting,
Douwe Zeilmaker